www.ikmaakmezorgen.nl

Nederland is onvoldoende voorbereid op grote rampen

NRC, DEN HAAG, 21 AUG.2007. Nederland is niet voldoende voorbereid op grote rampen, zeggen ambtenaren op de Haagse ministeries. Maar dat is eigenlijk al heel lang zo. De toestand is, in Haags jargon, hopeloos maar niet ernstig. Het gevaar dat delen van het land overstromen door het stijgende waterpeiï is veel groter dan gedacht. Er moet nog veel worden gedaan om te voorkomen dat de samenleving kan worden ontwricht door terroristische aanslagen, uitvallende computersystemen, dierziektes of epidemieën onder de bevolking.

Dat staat onder meer in rapporten van het 'Project Nationale Veiligheid', dat alle Haagse ministeries vorig jaar gezamenlijk hebben opgesteld. Het dossier is gisteren openbaar gemaakt na een beroep van het NOS Journaal op de Wet openbaarheid van bestuur. De rapportage over Project Nationale Veiligheid lag ten grondslag aan een strategisch plan waar de Tweede Kamer in april mee heelt ingestemd. Een woordvoerder van het ministerie van Verkeer en Waterstaat benadrukt dat juist naar aanleiding van het rapport van vorig jaar actie is ondernomen. „De vorige staatssecretaris heeft al beleid ingezet om Nederland veiliger te maken. De huidige staatssecretaris zet dat beleid voort." .
GroenLinks is de enige fractie in de Tweede Kamer die alarm slaat. Volgens Kamerlid Wijnand Dyvendak is het moment aangebroken voor de Tweede Kamer om zelf onderzoek te gaan doen naar de overstromingsrisico's. „Wat steeds weer terugkeert, is de vraag: is het een groot probleem of valt het wel mee? De materie is te ernstig om hierbij een verkeerde afweging te maken." Het Kamerlid pleit voor een parlementair onderzoek of een uitgebreide hoorzitting waarbij de Kamer zelf deskundigen kan oproepen en ondervragen.

De rapportages die nu publiek zijn geworden, zijn door 400 ambtenaren opgesteld. Zij hebben in. brainstormsessies de blinde vlekken en knelpunten geïnventariseerd op twintig verschillende terreinen: van mogelijke pandemieën tot terreuraanslagen. De ambtenaren maken herhaaldelijk melding van moeizame samenwerking tussen verschillende ministeries en andere organisaties. Soms komt dat doordat het een complex onderwerp is, zoals de complete ICT-infrastructuur van Nederland. Soms doordat er tegengestelde belangen zijn, zoals bij het tegengaan van de verspreiding van chemische en biologische wapens. Daar „doet zich een spanning voor tussen belangen van economische en wetenschappelijke aard en het belang van nationale veiligheid", is er te lezen.
Voor Tweede Kamerlid Van Bochove (CDA) bevat het rapport „geen actueel nieuws meer", zei hij gisteren in een reactie. „Maar ik wil het niet bagatelliseren. Wij weten welke gevaren er dreigen door het stijgende waterpeil en wat het kost om er iets aan te doen. Maar we moeten er nu wel besluiten over nemen."
Ook over de 'verkokering' binnen de overheid maakt hij zich zorgen. „Als er een ramp is, moet er heel snel gehandeld en overlegd worden. Niet alleen tussen de Ministeries maar ook met hulpinstanties. Die afstemming is nu niet goed."

Maar ook de voorbereiding op voorspelbare risico's gaat niet altijd goed. Zoals bij het beschermen van Nederland tegen overstromingen. Er is volgens ambtenaren van verschillende departementen sprake van een zorgelijk „hiaat" tussen de concrete dreiging met overstromingen en de aanpak daarvan. Conclusie: we hebben te maken met „een onaanvaardbaar risico op de lange termijn".
Han Vrijling, hoogleraar waterbouwkunde aan de Technische Universiteit Delft, was een van de critici die de afgelopen jaren, met name na de ramp in de Amerikaanse stad New Orleans, indringend waarschuwde dat ook Nederland niet gerust kan zijn op z'n waterveiligheid. In deze krant zei hij onder meer: „Er is een bestuurlijke neiging om zich te concentreren op de gevolgen van een eventuele overstroming. Maar als je de gevolgen van de overstroming in New Orleans tot je door laat dringen, dan is het vooral van belang om de kansen verder te verkleinen."
Vrijling bood vorig jaar samen met vijf andere wetenschappers een rapport aan aan toenmalig staatssecretaris Melanie Schultz van Haegcn (WD) van Verkeer en Waterstaat aan, waarbij gesteld werd dat er jaarlijks bijna 1 miljard euro extra nodig is om de waterhuishouding in Nederland op orde te krijgen.
In het rapport over Project Nationale Veiligheid, zegt Vrijling, staat niets nieuws. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat „doet wel goede dingen". Maar de Tweede Kamer niet, zegt Vrijling. „Toen de resultaten van de vijfjaarlijkse toetsing van de waterkeringen vorig jaar bekend werden (waaruit bijvoorbeeld bleek dat een kwart van de dijken niet op orde is, red.), is daar weinig ophef over ontstaan. De Tweede Kamer maakte er zich weinig zorgen om. Wij waterbouwers wel."
Het kabinet heeft voor de komende vier jaar 125 miljoen euro extra gereserveerd voor hoogwaterbescherming". Volgens Duyvendak van GroenLinks steekt dat bedrag wel heel schril af bij de bedragen die deskundigen noemen. „Deskundigen waarschuwen al langer, dat is niet nieuw. Maar het is voor het eerst dat het probleem zo duidelijk in ambtelijke kring erkend wordt."
Dat er veel knelpunten zijn geconstateerd vindt het ministerie logisch, want dat was de onderzoeksopdracht: het inventariseren van de knelpunten.

Retour Startpagina
Retour Krantenartikelen
Retour Ikmaakmezorgen-artikelen


Onaanvaardbaar risico op overstroming

Er is sprake van een „toenemend overstromingsrisico", zo stellen de ambtenaren in het deelrapport van de overheid over overstromingsgevaar dat gisteren openbaar is geworden. Op de lange termijn dreigt zelfs „een onaanvaardbaar risico", zo luidt de conclusie in het rapport. „Mede door de groei van de bevolking is de kans op veel slachtoffers ten gevolge van overstromingen een factor 10 groter dan die als gevolg van alle andere externe risico's bij elkaar opgeteld", zo citeert het rapport het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. Maar dat gevaar wordt onvoldoende onderkend. Er is met name een „hiaat" tussen de overstromingsdreiging en maatregelen die zo'n overstroming kunnen voorkomen. Deze situatie is „zorgelijk". Het ministerie van Verkeer en Waterstaat vraagt zich af of de andere ministeries wel voldoende „bewustzijn" hebben van de hoogwaterproblematiek.
Het ministerie neemt zelf maatregelen om Nederland aan te passen aan het toenemende overstromingsrisico, zoals het maken van meer ruimte voor de rivieren, en het aanpakken van de zogenoemde zwakke schakels langs de kost (zie kaart). Ook waterschappen hebben programma's om water zo veel mogelijk op te vangen. Maar andere ministeries zouden meer kunnen en moeten doen om de risico's op wateroverlast te beperken, in plaats van de aandacht zoals nu te richten op het beperken van de gevolgen als een overstroming zich eenmaal heeft voorgedaan. Dat kan bijvoorbeeld door bij de ruimtelijke ordening rekening te houden met overstromingsrisico's. En
ook door maatregelen te nemen die klimaatverandering tegengaan, zoals het beperken van de uitstoot van broeikasgassen, niet alleen in eigen land maar ook in het buitenland. De doelgerichte aanpak moet vergroot worden met nieuw, samenhangend beleid en betrokkenheid, zo stellen de ambtenaren.